Papierfabriek Velsen-noord

Voorjaar 1966


Deze pagina is in 'opbouw', ofwel is nog niet af. Advies en aanvullingen? Graag!


Inleiding.

In 1966 liep ik stage bij de papierfabriek van Gelder & Zn te Velsen-Noord, in het kader van de opleiding UTS - Uitgebreide Technische School (nu MTS) afdeling elektrotechniek. Aansluitend daaraan kwam ik in vaste dienst, tot dat ik dienstplichtig soldaat werd. Voor iemand met mijn opleiding was dit een geweldig interessant bedrijf. Er was een eigen elektrische centrale, de techniek van de papiermachines was werkelijk uniek. En ...... het bedrijf had een hoge schoorsteen, van zo’n 125 meter hoog. Die schoorsteen bestond uit een binnenpijp die recht omhoog liep en een ruimere buitenpijp daar omheen, die naar boven toe steeds smaller werd. Wilde je in die pijp omhoog, dan ging je de eerste 115 meter, in een kooiladder, tussen binnen - en buitenpijp, omhoog. Dat was een hele klim, maar wel met een veilig gevoel. De laatste 10 meter stopte de buitenpijp en moest je buitenom nog een kooiladdertje op voor de laatste meters binnenpijp omhoog. Maar dan was je ook ergens. Je had een geweldig uitzicht. (De schoorsteen is inmiddels gesloopt.) Foto’s maken was toen nog wel een kostbare zaak. Althans voor mij. Ik had er graag veel meer gemaakt, maar we moeten het nu doen met wat hier, op deze website, staat. De foto’s terugziende kwamen er heel wat herinneringen boven. Deze herinneringen heb ik ook maar uitgeschreven met nog wat aanvullingen aan het slot van deze pagina.



De sluizen van IJmuiden.

Hier hebben we een overzicht van het sluizencomplex van IJmuiden met daar achter, twee kraan-hefplatformen (de Lepelaar en de Kraanvogel genoemd) bezig met de verlenging van de pieren. De Noorderpier van 1500 naar 2500 meter en de Zuiderpier van 1500 naar 3000 meter. Deze werkzaamheden waren in 1967 gereed. Een onderdeel van deze werkzaamheden was ook het uitdiepen van de vaarroute tot 15 meter diep. Die kranen met hun verstelbaar hefplatform waren speciaal voor deze werkzaamheden ontworpen. Leuk was het dat ik in 1971 één van deze kranen weer tegenkwam in Rozenburg op de werf van Cornelis Verolme die daar mammoettankers (meer dan 100.000 ton) ging bouwen. Verolme werd daarbij zwaar tegengewerkt door de Rotterdamse Havenbaronnen. Het bedrijf moest daardoor erg creatief zijn om hun mammoetdok te realiseren (1957). Verder zien we links de Zuidersluis van 120 bij 18 meter, de Middensluis van 225 x 25 meter en de trots van toen, de Noordersluis van wel 400 x 50 meter. Naast de Zuidersluis is nog net de Kleine sluis te herkennen, deze is 69 bij 12 meter. Heel belangrijk voor onze welvaart, rechtsboven zien we voor de sluizen nog net de ingang van de Buitenhaven van de Hoogovens. Grote zeeschepen konden hier zonder gedoe van sluizen dus hun lading erts, kolen, gereed product enz. lossen en laden. In mijn jonge jaren ging ik geregeld met vriendjesop de fiets, naar de sluizen om het aanmeren en schutten van de schepen te zien. Het aanmeren van de grootste schepen ging niet altijd soepel. Er brak nogal eens een tros bij het afremmen. Het trekkende sleepbootje moest dan echt vluchten voor die langzaam drijvende massa om niet klem te komen tussen de zijkant van de sluis of de gesloten sluisdeur. Er werden dan snel meerdere nieuwe trossen vanaf het schip gegooid en die werden dan weer om een bolder gelegd. Trossen van touw braken langzaam en vielen slap in het water, een stalen tros zwiepte echt de kade schoon. Het was ook een traditie om lege sigarenkistjes aan boord te werpen. Daar deed je dan eerst wat nederlandse munten of postzegels in. Meestal kwamen die dan later terug met buitenlandse munten en postzegels. Later mochten we niet meer zo dichtbij komen omdat het best wel gevaarlijk was met die trossen.



Hoogovens en Staalfabrieken.

Op de foto zien we linksonder de binnenhaven en daar boven nog net een deel van de buitenhaven. Midden onder staat de fabriek waar o.a. van de hoogovenslak cement gemaakt wordt. (de Cemij, nu Enci). Rechts hiervan de fabriek waar van o.a. de hoogovengassen kunstmest gemaakt werd. (de Mekog, in 2010 gestopt). Verder zien we de 5 hoogovens die tussen 1924 en 1961 gebouwd zijn. Verder valt de gashouder op die er mede voor zorgde dat er in in de verre omgeving op hoogovengas gekookt en verwarmd werd. We zien ook een leiding over het terrein lopen, deze verbond de gashouder met de centrale van het provinciaal elektriciteits net (het PEN). De elektriciteit kwam dus ook deels van de hoogovens. Het was zelfs zo sterk dat gemeenten (o.a. Beverwijk) in de jaren ‘50 van elektrische straatlantaarns weer overstapte op gaslantaarns. Heel vervelend voor ons als spelende kinderen want om die lantarens aan het branden te krijgen, werd even de gasdruk verhoogd. Dat merkte onze moeders aan de vlammen van het gasfornuis en dat was het signaal dat wij thuis moesten komen. (vaders kookten toen nog niet, ik zeg het maar even) Kortom, ‘De Hoogovens’ leverde staal, kunstmest, cement, gas en heel veel werkgelegenheid. Mij staat bij ooit 24.000 arbeidsplaatsen, plus nog de nodige werkgelegenheid in de toeleverings bedrijven. Het bedrijf gaf ook lawaai, vooral van de rangeerende treinen en als de wind verkeerd stond een luchtje. Als we op vakantie waren was het de eerste nacht wakker liggen van de stilte. Hoogovens was dus best wel slim om heel veel te subsidieren aan het lokale verenigingsleven.

Op de zondagse wandelingen die mijn vader met mij maakte gingen wel eens naar een expositie van schilderijen. Die expositie was dan in een restaurant gelegen binnen de poort van het Hoogoven terrein. Ik denk mij te herinneren dat we dan via de ingang Rooswijk moesten. Als iemand mij nog kan vertellen wat en waar die exposities waren zou ik dat leuk vinden. Als kind vond ik er niet zoveel aan, maar die omgeving met al die werktreintjes, stoom en herrie vond ik wel spannend.

Twee jaar geleden (2012) ben ik voor het eerst weer op het Hoogoventerrein (nu TATA) geweest voor een rondrit met de hoogoven stoomtrein. Georganiseerd door de ANBO. Ja ja en hartstikke leuk.



Het Noordzeekanaal richting Amsterdam.

Rechtsonder zien we een deel van Velsen-Zuid. Daar waar de bebouwing eindigt was ongeveer de oversteek per pont naar Velsen-Noord. Die pont is in 1963 verplaatst naar het westen. Dit als gevolg van een aanzienlijke verbreding van het kanaal. Door deze verbreding is ook een fors deel van Velsen-Zuid opgeofferd. In de jaren 1960 tot 1962, dus voor die verbreding, fietste ik elke schooldag van Beverwijk, over de Wijkerstraatweg, een straat van ‘kinderhoofdjes’ (Belgische keien) en o.a. langs de houtopslag van van Gelder naar de stoompont. Die ponten gingen zacht sissend, zeg maar fluisterzacht, naar de overkant, alwaar we door oud Velsen fietsten en dan een eind met vaak sterke tegenwind langs het Kanaal tot de twee spoorviaducten, één voor de trein naar Beverwijk, via de Spoorbrug, en het tweede viaduct voor het spoor naar IJmuiden-haven. En daar waren we dan vlakbij de Ambachtsschool waar ik met heel veel plezier schoolgegaan ben. Zie hier de student. Op de terugweg hadden we wel eens pech dat er een munitiewagen was die met de pont over het kanaal wilde. Die ging altijd voor en niemand mocht dan mee op de pont. Gewoon wachten dus. Maar, er was een fantastische patatfriet kraam aan de zuidkant. Later kwamen er motorponten, die verschrikkelijk trilde en lawaaiig waren. Dat is later wel beter geworden. Al snel na die tijd verhuisde de ponten naar de andere kant van Van Gelder. Kijken we iets verder richting Amsterdam dan zien we de ventilatietorens van de Velsertunnel. De bouw van die tunnel was in 1941 gestart en eind 1942 gestopt. In 1952 is de bouw herstart en in 1957 was de tunnel eindelijk klaar. Mijn vader bleek daar een stukje over geschreven te hebben in 1956. Zie hier Tunnelbouw.

Van Gelder en Zonen was natuurlijk erg blij met de tunnel. Het wachten voor de pont was nu voorbij. Er was dan ook in september 1957 een speciaal Tunnelnummer van de Bedrijfscourant. Zie het kopblad In deze uitgave komt de Velser politie aan het woord met: Veilig verkeer in de Velsertunnel. Zie hier De Velser politie aan het woord.

En grappig voor mij, ook een artikel van mijn vader dat eerder verschenen was in het personeelsblad van de Twentsche Bank, was opgenomen in dit Tunnelnummer. Dit onder de titel De tunnelbouw en onze voorouders. Zie
hier die tekst. Mijn persoonlijke eerste ervaring met deze tunnel was dat we als kinderen, 12 tot 14 jaar oud, op zomerse zondagen, zeg maar strandweer, in de namiddag naar de Velsen-Noord fietsten en boven de tunnelrand gingen kijken naar de files die dan in de tunnel ontstonden, als iedereen tegelijk weer naar huis wilde. Dat vonden we een spannend gezicht. Veel bijna aanrijdingen en soms een beetje blikschade. Ja, we moesten toch wat in die dagen. De TV was zwart/wit en 1 zender.

Als het wat helderder weer geweest zou zijn, dan konden we ook nog de boerderij De Eersteling zien liggen langs de kanaalweg (links van het kanaal), vlak voor het fort Zuidwijkermeer. Die boerderij was van hout opgetrokken zodat het bij oorlogsdreiging snel gesloopt kon worden om het Fort een vrij schootsveld te geven. Op die boerderij woonde van 1883 tot ca. 1923 de grootouders van mijn moeder, Jan Middelkoop en echtgenote.

En dan over dat kanaal zelf. Bij familieonderzoek ontdekte ik dat ik mijn officiële voornaam, Dirk Meland, geërfd heb van Dirk Meland Langeveld. Die was een van mijn over over grootvaders. Een dochter van hem huwde in 1846 met mijn overgrootvader. Deze Dirk was broodbakker in Velsen-Zuid en tevens vanaf 1861 Wethouder van Velsen. In die functie tekende hij samen met de Burgemeester het contract waarin de gemeente Velsen akkoord ging met de doorgraving van de duinen en de aanleg van het kanaal. De werkzaamheden rond die aanleg waren zeer ingrijpend met akelige arbeidsomstandigheden. Conny Braam heeft hier een boek over geschreven met de titel ‘de woede van Abraham’. Een lezenswaardig boek. In het boek komt een wethouder Adriaan Poppejus voor en ik maak mij sterk dat Dirk Meland Langeveld hier model voor heeft gestaan. In Velsen-Noord is nog de straat Langeveldstraat naar hem vernoemd. Deze straat was aangesloten aan de Corverslaan en is later opgegaan in een gebiedsuitbreiding van, jawel van Gelder & Zonen.




De pont op de nieuwe lokatie.

Op deze foto zien we de pont op de lokatie van 1966. Er is met de verschillende verbredingen van het kanaal heel wat geschoven met de oversteek van de pont, maar op dit moment van dit schrijven (2014) is dit nog steeds de plek. Eerder lag hier de spoorbrug over het kanaal van de spoorverbinding met Beverwijk. Rechtsboven zien we nog net de spoordijk lopen van de spoorlijn naar IJmuiden-haven. De spoordijk van de lijn naar Beverwijk is al verwijderd. In de driehoek van die twee spoordijken en kanaal lang een gebiedje met meerdere ondergrondse bunkers. Een van die bunkers was het clubhuis van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie) Aan de oostkant van de spoordijk stond in 1962 ook nog een leeg fabriekspand. (vermoedelijk een fabriekje van springstoffen) Bunkers, een leeg fabriekspand, het was daar een geweldig speelgebied. Onderaan de foto zien we drie lozingsbuizen van de papierfabriek in het kanaal uitmonden. Aan de kleuring van het water te zien, liggen die buizen er niet voor niets.

De spoorbrug, die medio 1963 is gesloopt, was een knap stukje vakwerk. Helaas beschik ik niet over een eigen foto van deze brug. Ietsje verder richting Sluizen lag voor 1963 het bootje van Donkersloot. Met dit bootje kon je tegen betaling en met fiets, ook het kanaal oversteken. Dat scheelde het omrijden naar de gewoone pont. Dat pontje was best een avontuur. Met dat bootje ging veel hoogovenpersoneel en tijdens een wissel van de ploegendienst was het daar erg druk. En die mannen hadden haast! Als je daar de eerste keer kwam wist je de 'regels' nog niet. Het waren kleine bootjes en daar konden alleen veel fietsen op als die precies goed tegen elkaar werden gezet. Dus stuur en trappers moesten precies in de juiste stand staan. Deed je dat niet gelijk goed, dan kon je aan de andere kant van het bootje weer vertrekken met fiets. Het kanaal in dus. En als er dan in de verte een groot schip uit de sluis kwam was er helemaal haast. Want dat schip had natuurlijk voorrang en dat betekende wachten. En dan was het minder gezellig op dat bootje.

Jaren eerder gingen mijn vader en ik op sommige zondagochtenden lopend van de Zeestraat in Beverwijk naar de familie Chris de Vries in de Kortenaerstraat in IJmuiden. Dat was dan via de Westerhoutweg, Rooswijkerlaantje dan langs de PEN-centrale en dus onder de gasleiding door naar de steiger van het bootje van Donkersloot. Aan de overkant passeerde je dan de spoorlijn naar IJmuiden via het zeer bekende Klaphekje. Dan nog een stukje rechtsaf langs het spoor en mijn vader kon aan de koffie en ik aan de ranja. Van het bootje van Donkersloot, de spoorbrug en het klaphekje zijn heel wat foto's te vinden op internet, ik mag die jammer genoeg niet hier plaatsen.




De hoofdingang van van Gelder en Zonen. Middenonder, bij het rechter zeebrapad, het dakje van de prikklok-passage en de Timmerschuur.




Parkeren en de opslag van afgekeurde papierrollen van de PM51. Deze rollen werden weer hergebruikt bij de cellulose produktie.

Het wagenpark van het personeel. Volkswagens, Opel Kadet en Fiat?







Een vlechtwerk van functies. De bovendste transportbrug heeft de functie van kolentransport naar de eigen centrale. De onderste brug is een loopbrug van, links, de houtstoffabriek naar rechts de PM18. Middenboven het dak van de riemenmakerij en midden rechts, het dak van de Elektrotechnische Werkplaats. (met dank voor de informatie van Gerard Steijn en Jan Koedijk)




De PM21 met daarnaast de 4 bezinktrechters




De hoofdgrondstof, hout.

Vele jaren lagen de houten balkjes keurig in lange stapels opgestapeld. Speciale minitreintjes voerde de balkjes aan, en werden met de hand keurig op een rijtje gelegd. De balkjes op de kopse einden werden wit gekalkt, zodat zichtbaar was als er hout verdween. Dit in afwachting van het houtslijp proces als de balkjes naar de slijper gingen, alwaar ze onder mechanische druk en verhit door stoom, fijngeslepen werden. Omdat die werkwijze van hout stapelen nogal arbeidsintensief was kwam men rond 1964 op het idee om alles op een grote hoop te gooien en goed nat te houden zodat het houtstructuur al wat begon te ontbinden.














Dirk Meland Langeveld 1793-1873