No.  1914

 

                           STUKKEN

     gediend hebbende tot de verevening van het pensioen van

 

                     J.A. Winterstein.

 

                  No. 345 der inschrijving

 

              Resolutie van den Raad den 21 juni 1837

 

  

 

 

 

     Weergave van de inhoud van de pensioenstukken van: 

                 J.A. Winter­steijn.

     Orgineel aanwezig in het Algemeen Rijksarchief 's Graven­hage  onder Archief/Collectie, stukken J.A. Winterstein, inv. No 1914 (copie van 2519)

 

 

 

 Pensioen J.A. Wintersteijn                            

 

                           Aan den Raad van het Bestuur van het Alge­meen Burge­lijk Pensi­oen Fonds.

  

     Geeft met Eerbied te kennen, Johannes Augustus Winter­stijn gewezen visiteur der In- en Uitgaande regten en accijn­sen te Vlieland aldaar woonachtig.

     Dat hij na .......van 22 jaar, 6 maanden en vijfentwintig dagen effectief in onderscheidene betrekkinggen gediend te hebben  behalve een tijd van Negentien jaar Elf maanden en Achtentwintig dagen Krachtens besluit van Z.K. Hoogheid der Souvereine Vorst der Nederlanden van 22 Februari 1814 No.5 als werkelijke dienst verklaard en hij alzo te samen Twee en Veertig Jaren Zes Maanden Drieentwintig Dagen dienst heeft en bij Resolutie van het Departement van Financien in dd. 3 juni 1837 no. 33 uit opgemelde betrekking eervol is ontslagen.

     Dat hij tengevolge daarvan aanspraak op pensioen heeft bekomen en zich dien ten gevolge wendt tot den Raad van het Bestuur van het Algemeen Burgelijk Pensioen Fonds met eerbie­dig ver­zoek aan den Suppliant als deel? gerechtigd van de pensioen fondsen.

     Voor de In- en Uitgaande Regten en accijnzen van 19 october 1819, en van de Ambtenaren tot de Rijks Ontvangsten van 29 Mei 1822 gewaarborgd bij art 2 a 5 van Zijne M.: be­sluit van 21 Januari 1836 No. 96 & 97 hier te willen toekennen het daarbij bepaalde pensioen. Waartoe hier neven wordt over­legd:

A. de Acte van Geboorte

B. Een staat van dienst gestaafd door de nodige bewijzen.

C. Een Eervol ontslag en bewijs van Uitbetaling van het

   laatste Tractement

D. de Staat van beloning gedurende de laatste Zes en dertig

   Maanden.

E. de Admissie wegens Leges dd 17 juli 1837 No. 33. ten

   bedragen van C700_,,_.

 

                 

                              Welk doende enz.

 

                              w.g. J.A. Winterstijn

 

 

     jaar maand    dagen

      22    6        25

      19  11        28

     ---------------------

      42    6        23

 

 

Provincie                                   Arrondissement

Noord Holland                               Amsterdam

 

 

     Opgave der stukken ingevolge art. 67 van het regle­ment van het Pensioenfonds 29 Mei 1822 No. 19, over­gelegd bij het verzoek om pensioen van Johannes Augustus Winter­stijn, laatstelijk Visiteur der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen te Vlieland.

 

  

A. Een wettig bewijs van ouderdom

B. Een bewijs van goed gedrag

C. Een staat van dienst met bescheiden

D. Een opgave van contributie in het pensioenfonds

E. Twee missives van de Controleur aan de melder,

   houden­de kennisgeving van eervol ontslag en tijdsbepaling

   daarvan

F. Admissie in het Pensioenfonds voor Leges.

 

    

 

letter A.

 

                  Extract uit het Doop Register van de Evan­gelisch Luthersche Kerk binnen 's Graven­hage.

  

No. 1160

 

In het jaar Zeventienhonderd drie en zeventig is op den twee en twintigste Juni gedoopt:

 

                  Johannes Augustus

 

                      Vader 

              Johan August Winterstein

 

                     Moeder

                Louisa Pietersen

 

 

 

                           Accordeert enz.

 

                          's Gravenhage den 24 juni 1814

                          

 

                           w.g. ........  Bachman?

 

 

 letter B.

 

 

     De inspecteur van het arrondissement der Directe  belas­tingen In- en Uitgaande Regten en Accijnsen

     Certificeert bij deze dat Johannes Augustus Winterstijn laat­stelijk Visiteur der In- en Uitgaande Rechten en Accijnsen gesta­tioneerd geweest te Vlieland zich ordentelijk zoo in zijne ambt als burgerlijke betrekkingen heeft gedragen.

 

                     

                          Amsterdam den 28 augustus 1837

 

                             De Inspecteur voornoemd

                            

                             w.g. ........  onleesbaar.

 

 

 

 

                                       

letter C.

 

Staat van Dienst van den Visiteur J.A. Winterstijn te Vlie­land.

 

1.

Van 24 maart 1794 als Gardenier Corps te 's Gravanhage en als zodanig bij het Rassemblement te Osnabruck tot op deszelfs Licentiaty volgens het ontslag bij het Ministerie van Oorlog berustende.

Periode: van 24 maart 1794 tot op deszelfs licentiaty

Overlegd bewijs: Besluit van Zijne Kon. Hoogheid dato 22 februari 1814 nr. 5

Tijdvak: 19 jaar, 11 maanden, 28 dagen

     Aanmerking:

Volgens besluit van Z.K.H. de Souvereine Vorst in dd. 22 febru­ari 1814 wordt aan alle welke bij het inrukken der Fran­sche Legers in de Nederlanden in den jare 1795 hunne diensten hebben verlaten of hunne demissie hebben gekregen en zich uit gehechtheid aan het huis van Oranje bij het Rassemblement onder des zelfs orders hebben begeven tot bevordering hunnen pensioenen gedurende het verblijf der Fransche Legers in den Nederlanden hun als dienstjaren toegerekend.

 

2.

Van 7 februari 1815 tot 19 november 1816 als rijdende commies bij de Convoijen en Licenten te Eden in Staats Vlaanderen.

Periode: van 7 februari tot 19 november 1816

Overlegd bewijs: Een aanstelling van den Secretaris van Staat dd 4 februari 1815

Tijdvak: 1 jaar, 10 maanden, 11 dagen

 

3.

Van 20 november 1816 tot 26 mei 1818 als commies den tweede klasse bij de Convoijen en Licenten Zwartewaal provincie Zuid- Holland.

Periode: van 20 november 1816 tot 26 mei 1818

Overlegd bewijs: Als boven door den Directeur Generaal dd. 20 november 1816

Tijdvak: 1 maand, 6 maanden, 7 dagen.

 

4.

Van 27 mei 1818 tot 25 juni 1819 als commies Visiteur In- en Uitklaring bij In- en Uitgaande Regten te Zierik Zee.

Periode: van 27 mei 1818 tot 25 juni 1819

Overlegd bewijs: Als boven door de Staats Directeur Generaal dd. 27 mei 1818

Tijdvak: 1 jaar, 1 maand, 1 dag

 

5.

Van 26 juni 1819 tot 5 januari 1823 als Visiteur der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen te Vlieland.

Periode: van 26 juni 1819 tot 5 januari 1823

Overlegd bewijs: als voren dd. 26 juni 1819

Tijdvak: 3 jaar, 6 maanden, 10 dagen

 

 

                                                   

 

 

6.

Van 6 januari 1823 tot 31 juli 1837 als Visiteur der In- en Uitgaande Regten te Vlieland.

Periode: van 6 januari 1823 tot 31 juli 1837

Overlegd bewijs: En als voren door de Minister van Staat dd. 6 januari 1823.

 

Totaal aan dienstjaren: 42 jaar, 6 maanden en 23 dagen.

 

 

 

          Aldus opgemaakt Vlieland 1 augustus 1837 en met alle orginalen stukken ingediend den 21 augustus 1837.

 

 

 

                              w.g.  J.A. Winterstijn

 

 

  

's Gravenhage den 8e Februari 1815

 

 

          Het heeft Zijne Koninklijke Hoogheid, onze geëerbie­digden Souverein, goedgunstig behaagd, bij Hoogst-des­zelfs besluit van den 30 december 1814 no. 60, aan UEd. toete­leggen eene Gratificatie van F 130 -.-

          UEd. hiervan kennis gevende, heb ik de eer UEd. hier nevens, toe te zenden de Quitantie, waarop de voorsz somma, ten mijnen kantore alhier, kan worden ontvangen voor den eersten April dezes jaars, en welke Quitantie door UEd. moet worden onder­tekend in tegenwoordigheid van den Burgemeester of de Regering uwer woonplaats.

 

 

22 maart 1814 of 1815

 

                                  De betaalmeester van Oorlog

 

                                  w.g. ........  (van Burg?)

 

Johann. Aug. Winterstijn voorm. Garde du Corps te Leijden.

 

 

                                      

 

 

 

Staatscourant no. 74, Dinsdag den 29 maart 1814

 

Het betreft hier 7 vellen A4 met handgeschreven tekst inhou­dende het besluit van Z.M. dat diegene die voor de franse bezetting in militaire dienst was en zich niet aan de vijand had verplicht, de jaren gedurende de bezetting 1795-1813 mag zien als dienstjaren v.w.b. het pensioen plus een éénmalige gratificatie.

Deze tekst bezit ik ook in gedrukte vorm.

 

 

CONVOIJEN en LICENTEN

 

 

No.2                       's Gravenhage, den 7e februari 1815

 

 

   IN NAAM VAN DEN SOUVEREIN

 

De secretaris van staat voor de zaken der financien heeft aangesteld en stelt aan bij deze, provisioneel, en in afwach­ting der definitieve organisatie van het vak Convoijen en Licenten, mits doende den Eed daartoe staande in handen van de Regtbank van Eersten Aanleg of van den Vrederegter van het Kanton zijner woonplaats

    

            Johannes Augustus Winterstijn

 

in qualiteit als Rijdende Commies voor de Convoijen en Licen­ten  in het district Zierikzee

met last, om zich, zonder eenig verwijl, op deszelfs aangewe­zene standplaats te begeven, en van zijne aankomst aan den Secretaris van Staat voor de Zaken der Financien, alsmede aan den Commissaris van zijn departement, kennis te geven.

 

 

                         De Secretaris van Staat voornoemd

 

                         w.g. Sip van Oterleek

 

 

Geregistreerd ten burele van

den Inspecteur voor Comptabiliteit

der Convoijen en Licenten in het

departement Middelburg

den 19 maart 1815

w.g.  Voerman?

 

De bovengemelde Johannes Augustus Winterstijn heeft op heden de vereiste eed afgelegd bij ons Vrederegter van het Kanton Leijden.

 

                                   Leijden 9 februari 1815

 

                                   w.g. ...... M de Kruijff?

 

 

 GENERALE DIRECTIE

   van de

CONVOIJEN en LICENTEN

 

 

                   AANSTELLING

 

In naam van zijne majesteit den Koning der Nederlanden, Prince van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz.,enz.

 

De directeur-generaal van de Convoijen en Licenten der Neder­landen,

Heeft aangesteld en stelt aan bij deze, tot Commies van de tweede klasse der Convoijen en Licenten te Zwartewaal op een traktement van vijfhonderd en vijftig guldens jaarlijks,

den heer J.A. Winterstijn.

 

     Gevende hem volkomen magt, autoriteit en speciaal bevel, voorschreven bediening waartenemen overeenkomstig zijne in­structie, en de wet, reglementen en verordeningen op het stuk der Convoijen en Licenten reeds gemaakt of nog te maken.

     Ontbiedende allen en een iegelijk dien het zoude mogen aangaan, hem, als zoodanig, te erkennen, en, des verzocht, dadelijk alle hulp en bescherming te verlenen.

 

     Gegeven binnen 's Gravenhage den 20 november 1816

 

 

 

                      De Directeur-Generaal voornoemd,

 

       

                         w.g. .......... onleesbaar

 

 n. 18

                        

 

 

 

   KONINGRIJK DER NEDERLANDEN

 

Geviseerd gratis voor Zegel te Zierikzee

den achste juni achttienhonderdachttien

in t '2 deel no. 562

 

w.g. onleesbaar

 

Departement van de In- en Uitgaande Regten en de Accijnsen

 

                   Provisioneel

 

                   AANSTELLING

                   ...........

 

     In naam van zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

 

     De Staatsraad, Directeur-Generaal van het Departement van de In- en Uitgaande Regten en de Accijnsen,

 

     Heeft aangesteld en stelt aan bij deze, den Heer Johannes Augustus Winterstijn tot Commies Visiteur ter in en uitklaring bij de In- en UItgaande Regten op een jaarlijks tractement van Zevenhonderd Guldens te Zierikzee Directie van Middelburg.

 

     Gevende hem volkomen magt, autoriteit en speciaal bevel enz., enz., enz.

 

 

                 Gegeven binnen 's Gravenhage den 27 mei 1818

 

                 De Staatsraad Directeur-Generaal voornoemd,

 

                        w.g. .........   Appelius?

 

 

 

 

 

Op heden den achste juni 1818 heeft de heer Johannes Augustus Winterstijn, Commies Visiteur der in- en uitklaring bij de In- en Uitgaande Regten binnen deze stad in handen van den heer President Burgemeester dezer stad de geregistreerde Eed, op hiervo­renstaande bediening afgelegd.

 

                           Zierikzee als boven

 

                           Mij bekend

                           De Secretaris

 

                         w.g.  ...... W de Jongg?

 

Geregistreerd Gratis te Zierikzee

den achste juni 1818 deel 6

Pag. 132 vak 7

 

w.g.  ... W de Jongg?

 

 

plus stempel met tekst "Stad Zierikzee"

 

 

 

 

                                          document: 11

 

     Departement

        der

In- en uitgaande Regten

       en den

     Accijnsen

--------------------------

Centraal Bureau

--------------------------

No. 9

--------------------------

Provisionele Commissie.

--------------------------

 

                            's Gravenhage, den 26 Junij 1819

 

     De Staatsraad, Directeur-Generaal der In- en Uitgaande Regten en der Accijnsen, brengt ter kennis van den Heer Win­terstein /J.A./ dat hij hem heeft benoemd tot Visiteur der In- en Uitgaande Regten en der Accijnsen te Vlieland Provincie Noord-Holland op een traktement van F. 500,-

 

     Zullende de noodige instruktien aan hem, door den Direk­teur der In- en Uitgaande Regten en der Accijnsen in bovenge­noemde Provincie, worden medegedeeld, en de tegenwoordige kennisge­ving hem dienen tot provisionele commissie.

 

 

Geinstalleert en Beedigt door mij Inspecteur der In- en Uit­gaande Regten ............................... in de provincie N-Holland en Utrecht.

    

                            Alkmaar, 5 Augustus 1819

 

 

                            w.g. ............

 

 

Aan den Heer Winterstein /J.A./ Visiteur te Zierikzee /Zee­land/

 

Opmerking in de kantlijn:

De in deze vermelde Ambtenaar heeft tot en met ultimo juni 1819 geen deel gehad aan het Pensioenfonds der Accijnsen nog aan dat der In- en Uitgaande Regten voor de Zuidelijke Provin­cien.

 

                                Haarlem 3 januari 1820

                             De Arrondisements Inspecteur,

                                      w.g. Helmolt

 

 

 

 

 

 

Departement der Ontvangsten

 

Provisionele Commissie

 

                                Brussel, den 6 Januari 1823

 

              De Minister van Staat, belast met de generale direc­tie der Ontvangsten, brengt ter kennisse van den Heer J.A. Winterstijn dat hij hem benoemd heeft tot Visiteur der In- en Uitgaande regten en Accijn­sen te Vlieland Directie Amsterdam

 

          op een traktement van --------

 

          Zullende de noodige instructien hem, door den Direc­teur der Dir. Bel. In - en Uitgaande Regten en Ac­cijnsen in bovenge­noemde Directie, worden medege­deeld, en deze kennisgeving hem dienen tot provisio­nele Commissie.

 

 

                                    w.g.........   Appluis?

 

 

 

 

 

Geinstalleerd bij delegatie voor den Heer Inspecteur der Directe Belastingen In- en Uitgaande Regten en Accijnsen in het Arrondisement Amsterdam

 

            Texel den 1 Februari 1823

           .............

            w.g. Peters

 

 

 

 

plus stempel met tekst: "Formaat Zegel

                           45    C

                         Noord Holland"

 

                          

 

 

 

letter E.

 

 

 

No. 794                              Nieuwediep 21 juli 1837

 

 

 

 

          Ik heb de Eer UwelEdele te informeren dat UwelEdele bij Minis­triele Resolutie d.d. 3 Juni j.l. No.33, eervol uit Uwe be­trekking als Visiteur zijt ontsla­gen, behoudens aanspraak op Pensioen.

 

          De datum van ingang van dit UwelEdele ontslag zal ik UwelEdele nader melden.

 

                            De Controleur in de

                            Directie den Helder

 

                            w.g. ........  Hellingman?

 

 

 

 

 

 

Aan den Heer

J.A. Wintersteijn

Visiteur van 's Rijks

Belastingen

            te

         Vlieland.

 

 

 

 

 

 

No. 827                              Nieuwendiep 28 julij 1837

 

 

 

 

          Als vervolg op mijne missive d.d. 21 dezer No.794 heb ik ten gevolge missive van den Heer Arrond. Inspecteur d.d. 27 dezer No.147 de eer Uwedele te kennen te geven dat het eervol ontslag uit uwe be­trekking, zal worden gerekend in tegaan den laatsten dezer maand.

                   

                              De Controleur in de

                               Directie de Helder

                               w.g. .......... Hellingman?

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan den Visiteur

ter Uiterste Macht Vlieland

den Heer J:A: Wintersteijn.

  

                                         

 

 

Letter F

 

     De ondergetekende Johannes Augustus Winterstijn, gebruik wensende te maken van het faveur bij het tweede gedeelte van het art.4 van het reglement op de pensioenen voor de ambtena­ren der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen gegeven, ver­klaard in het gezegde fonds in evenredigheid van de bij hem genoten wordende Leges of Emolumenten te willen partici­pi­eeren, en zulks naar advenant van een jaarlijks bedrag van Zeven honderd gulden, welke som bij de ondergetekende naar aanlei­ding van lid d. van gezegde artikel verlangt, dat in kracht zal verblijven, zoo lang hij zijne xxx ondervermelde functie zal bekleden.

     Verzoeke overzulks den Raad Van Administratie van het gezegde fonds voor deze somma boven zijn Tractement te worden geadmit­teerd.

 

                       Vlieland den 29 Februari 1820

 

 

                       De commies Visiteur ter In- en Uitkla-

                       ­ring der In- en Uitgaande Regten en

                       Accijnsen te Vlieland.

 

 

                       w.g. J.A. Winterstijn

 

 

 

 

no. 37            Admissie

 

     'Gravenhage, den 17 julij 1820.

           De Raad van Admi­ni­stra­tie van het Fonds van Pen­sioenen voor de Ambtenaren der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen,

           Gezien hebbende de vorenstaande verklaring van Johannes Augustus Winterstijn, om, in evenredigheid van de door hem genoten wordende Leges of Emolumen­ten, boven deszelfs traktement, in het fonds te worden geadmitteerd;

           Gezien hebbende het 4e artikel van het reglement van het gezegde fonds;

           Gelet hebbende op alles wat ter zake voorts in aanmerking zoude komen;

           Admitteert den voornoemde Johannes Augustus Win­terstijn in het fonds wegens leges of emolumenten, ten bedrage van zevenhonder gulden, boven den zelfs tractement.

 

                  Ter ordinantie van den Raad voorn.

                            De Secretaris

 

                    w.g.   ........ (Augustinius Winter?)

 

letter D

 

Opgave des belonings over de zes en dertig laatste maanden van de Visiteur J.A. Winterstijn opgemaakt ten gevolge der Resolu­tie van den Raad der Administratie van het Pensioen fonds voor de Ambtenaren tot de Rijksontvangsten van 15 februari 1830 no. 54-  in verband met art. 55 lid d. van het Reglement op het Algemeen Burgelijk Pensioenfonds in dato 20     1836 no 97-

 

 

   Tijdvak                      Bedrag               Totaal

                         Tractement Emolementen

 

(A)

Van 1 juli 1834 tot  

ultimo December 1834      250,00       921,49        1171,49

 

­(B)

Van 1 jan. 1835 tot

ultimo Dec. 1835          500,00      1816,64        2316,64

 

(C)

van 1 jan. 1836 tot

ultimo dec. 1836          500,00      1258,26        1758,26

 

(D)

van 1 jan. 1837 tot

ultimo juni 1837          250,00       489,26         739,26

 

(E)

maand Juli 1837            41,665      171,47         213,135

 

 

vervolg kolom

 

       Sommen waarvoor            totaal       Bedrag der

       ingeschreven                            betaalde contr-

    wegens      wegens                         butie (2%)

    tractement  Emolumenten

 

(A)   250,00       350,00         600,00         12,00

 

(B)   500,00       700,00        1200,00         24,00

 

(C)   500,00       700,00        1200,00         24,00

 

(D)   250,00       350,00         600,00         12,00

 

(E)                               100,00          2,00

 

          

 

 

 

 

                       Opgave

 

der beloning over de 36 laatste maanden, van Johannes Augustus Winterstijn, laatstelijk Visiteur der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen, te Vlieland.

 

Tijdvak              Bedrag der    perc.       bedrag der

                     beloning      contrib.    contributie

 

 

van 1 aug. tot

ultimo dec. 1834     208,325        2%             4,175

 

jaar 1835            499,98         2%            10,02

 

jaar 1836            499,98         2%            10,02

 

van 1 jan. tot

ultimo juli 1837     291,655        2%            14,035

                   --------                   -------

 

Totaal              1499,94                       38,25

waarvan één

derde bedraagd       499,98                       12,75

 

Aanmerkingen.

-------------

In deze kolom melding te maken sedert wanneer de ambtenaar in het fonds is opgenomen, en of hij zonder tussenposen, tot hetzelfde heeft bijgedragen.

-------------

Heeft zonder tussenpozen aan het pensioenfonds gecontribueert en was verder nog bij resolutie van den raad van Administratie van het fonds van pensioenen van 17 juli 1820 no. 37, in het fonds opgenomen wegens Leges en Emolumenten voor F. 700,--

 

                      Te Haarlem, den 31 augustus 1837

                 De Staatsraad, Gouverneur van Noord Holland,

 

                          w.g. ........ van Pugler?

 

                                       

 

No. 32             De directeur-generaal van oorlog,

 

     Disponerende op het door Z.M. bij appointement, van den 17e dezer No. 40, aan het Departement van Oorlog gerenvoyeerd adres van Johannes Augustus Wintersteijn, gewezen visiteur der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen, woonachtig op Vlieland, (Noord-Holland) daarbij verzoekende, om de bewijsstukken terug te bekomen, betreffende, zijne dienst als Garde du Corps voor 1795, en wegens het bijwonen van het destijds bestaan hebbend rassemblement in Duitschland, welke bewijsstukken, door hem adressant, in 1814, aan het Departement van Oorlog zijn over­gelegd, en op grond waarvan, aan hem, krachtens de bepalingen van Z.M. Besluit van den 7e Maart van het laatst gemeld jaar No. 13 eene gratificatie voor ééns van f. 130.-- is toege­staan, ten einde meergemelde stukken ten bewijze van zijne militaire diensten, aan de Raad van Bestuur van het Algemeen Burgelijk Pensioenfonds, te kunnen overleggen, om dezelve in de berekening van het hem aankomende pensioen te kunnen doen begrijpen, of wel, dat bij aldien die stukken niet meer aanwe­zig mogten zijn, aan hem een bewijs mogt worden afgegeven, tot staving van achttien jaren militaire dienst,

     Informeert den adressant dat het, bij een nauwkeurig onderzoek, is gebleken, dat voormelde bewijsstukken bij het Departement van Oorlog niet meer voorhanden zijn, maar dat dezelfde blijkens eene bestaande aantekening, indertijd op aanvrage van den heer Heijde toenmaals Commies bij genoemd Departement, zijn teruggegeven.

     Wordende voorts, ter voldoening aan het verlangde van den adressant bij deze verklaard, dat het uit de aantekeningen, bij het Departement van Oorlog berustende, alverder gebleken is, dat door Johannes Augustus Wintersteijn, in 1814, aan het Departement van Oorlog, zodanige stukken zijn ingezonden, welke het bewijs hebben opgeleverd, dat hij voor 1795, de Garde du Corps gediend; dat hij zich toen, bij het rassemble­ment van den staat, vervoegd heeft; dat hij daarvan met een blijk van goedkeuring is ontslagen; dat hij, sedert dien tijd, tot aan de komst van Z.M. tot de regering dezer Landen, niet is geëmploijeerd geweest, en dat, ten gevolge daarvan aan genoemde J.A. Wintersteijn, de bij Besluit van den 7e maart 1814 No. 13, toegekende gratificatie van één jaar gagement, in zijnen voormaligen graad of f. 130,-- is uitbetaald.

 

 

 

                    's Gravenhage, den 30 November 1837

 

                         w.g.  ...... onleesbaar

 

 

 

 

 

 

(p.s.: wat hier opvalt is dat hier in dit document de naam Wintersteijn voor het eerst met e + ij geschreven wordt)

 

 

Verklaring van een aantal woorden.

 

 

 

 

Admissie      -    toelating

 

Advenant      -    naar verhouding

 

Adres         -    verzoekschrift

 

Appointeren    -    1. bezoldigen, 2. de dag ter behandeling v.e. zaak vasstellen

 

Convoijen    enz.    -    zie Konvooien enz.

 

Demissie      -    ontslag

 

Disponeren    -    1. regelen, 2. beschikken over

 

Faveur        -    gunst

 

Konvooien en Licenten -    In- en uitvoerrechten tijdens de Re­publiek der Verenigde Nederlanden

 

Licentiaty    -    toestemming

 

Missieve      -    dienstbrief

 

Ordinatie     -    regeling, verordening

 

Provisionele commissie - voorlopige opdracht

 

Rassemblement    -    Staat niet in woordenboek,... ont­binding?

 

Renvoyeren    -    1. verwijzen, inzenden van een zaak naar de rechter 2. stukken doorzenden voor ad­vies of behandeling

 

Suppliant     -    indiener v.e. verzoekschrift aan over­heidsorgaan

 

Visiteur      -    ambtenaar bij de in- en uitgaande rechten