Het onderstaande artikel is geschreven door M.C. Wintersteijn en verschenen in het februarinummer van 1960  van "Bank Noten", het personeelsorgaan van de Twentsche Bank.


Oudejaarscontrole

OUDEJAARSDAG is weer voorbij en daarmede de invasie van de medewerkers of wellicht ook medewerksters van het Accountantsbureau Meijer en Hörchner om vast te stellen dat alle zeer liquide activa op die dag werkelijk aanwezig zijn. Voor de meer "rustige" voorraden als de effectendepots heeft men dan in de meeste gevallen het belangrijkste werk reeds gedaan. 

Met het eindigen van deze invasie is ook de spanning geweken. Niet de spanning omdat iets niet in orde zou zijn. Het is altijd in orde. Maar de spanning of men op Oudejaarsdag tijdig thuis zal zijn om te genieten van de oliebollen en andere heerlijkheden, welke deze dag de magen van ons Nederlanders beproeven. De medewerkers van het Bureau zijn alle, van hoe ver zij ook zijn gekomen, weer vroeg in hun haardsteden teruggekeerd. 

Zo is het echter niet altijd geweest. Vroeger was de Oudejaarsdag een gewone werkdag, men werkte - tot 1918 - door tot half zes of nog later. Daarna moest worden begonnen met het opnemen van de voorraden. Ja, wat de zaterdag betreft, tot 1915 werd gewerkt als op werkdagen. Toen kwam de regeling, dat elke week de helft van het personeel na 1 uur vrij was, terwijl de andere helft het werk moest afmaken en dus wel eens heel laat naar huis ging. 

Ook de effectenbeurs was toen 's zaterdags geopend, al was het dan "vroegbeurs". Alleen de zomermaanden was de effectenbeurs dicht en hadden de "effectenmensen" al die tijd de zaterdag vrij, wat natuurlijk zeer de jaloezie opwekte van het overige personeel.1) 

Omdat het op de laatste dag van het jaar nogal druk was, en vele cliënten 's middags nog disponeerden voor uitbetaling van salarissen en gratificaties, ging de kas gewoonlijk eerst laat dicht. De controleurs van de toenmalige Accountantsafdeling, die over het gehele land verspreid werden voor het opnemen van waarden aan de bijkantoren en aan de bevriende kantoren - want het aantal eigen kantoren was toen nog niet zo groot - kwamen dikwijls de Oudejaarsavond niet meer thuis. Ze vierden deze gebeurtenis in een eenzaam hotel.

Zo is het eens gebeurd, dat een Amsterdamse controleur aan een der Groningse kantoren nogal tegenslag had en zeer laat klaar kwam. De vrouw van de boven het kantoor wonende directeur had der gewoonte getrouw, oliebollen gebakken en zat met smart op haar man te wachten. Ze kwam al eens om het hoekje van de deur gluren en beduiden, dat de bollen koud werden, maar de controleur, nogal erg precies trouwens, bleef doorwerken. Tegen middernacht was hij klaar en vertrok, niet al te beminnelijk nagestaard door het echtpaar met de vertraagde oliebollen. Helaas, de controleur was ter plaatse niet zo erg goed bekend. Voor een groot huis meende hij bij de zuinige straatverlichting zijn hotel te herkennen. Omdat de deur was gesloten belde hij aan, echter eerst zonder succes. Na aanhoudend bellen hoorde hij vrouwenstemmen achter de deur, maar open gedaan werd er niet. De dames vermoedden wellicht een aangeschoten feestvierder! Ten einde raad besloot hij maar op zoek te gaan naar de politie en ziedaar, twee huizen verder stond het hotel. Dankbaar kroop hij onder de koude dekens. 

Soms was het echter op het nippertje, dat men zijn woning bereikte. Schrijver dezes moest oudejaarsdag 1917 de voorraden in Alkmaar opnemen. Dat is nu helemaal niet zo ver weg. Het was echter marktdag geweest. Veel bezoekers waren oorzaak, dat de controleur niet kon opschieten, want er was telkens niemand beschikbaar om hij het tellen van de waarden aanwezig te zijn. Het werd dus laat. Nu was de laatste verbinding - het was immers oorlogstijd en daardoor in Nederland schaarste - een goederentrein, waarin een derdeklasse rijtuig mee liep. Men zou kunnen zeggen een vrachtboot met passagiersaccommodatie. 

Het gelukte nog net deze trein te halen. Een oud model wagen, aan de uiteinden een afgesloten coupé, één voor dames en één voor niet-rokers, met in het midden vier coupés, van elkaar gescheiden door ruggesteunen tot de schouderbladen. Als verlichting dienden twee carbidgasvlammetjes, elk geplaatst midden in het schot tussen de afgesloten coupés en de algemene ruimte. Als enige passagier werd de afgesloten coupé gekozen. Helaas, weldra zou blijken, dat deze wagen, direct geplaatst achter de locomotief, de volle laag van de stoomverwarming kreeg, waardoor, ook al werden de raampjes open gezet om de vrieslucht binnen te laten, er toch een tropische temperatuur heerste. Langzaam sukkelde de trein van het ene naar het andere station. Aan elk station was het oponthoud langdurig, vooral wanneer er nog een wagen aan- of afgekoppeld moest worden. Eindelijk bereikte het ding toch het station van de woonplaats. Het was tegen twaalf. Hard lopen, dan halen we het misschien nog wel! 

Tevergeefs, een paar honderd meter voor het huis werd bereikt sloeg de torenklok twaalf en begon het lawaai, schaars vuurwerk, maar zoveel temeer toeters, ratels en dergelijke middelen om de boze geesten op de vlucht te jagen. 

Deze en dergelijke gebeurtenissen leidden er toe, dat ondérgetekende propaganda begon te maken voor het sluiten van de kassen op de middag van Oudejaarsdag. Aan kantoor Amsterdam werd veel sympathie ondervonden. Maar wanneer de andere banken niet eenzelfde stap zouden doen, was er geen kans op verwezenlijking. Een regelende bankiersvereniging was er nog niet, al was de vereniging reeds opgericht. Maar gelukkig werd de volle steun verkregen van de toenmalige chef van de vreemd bank- en couponafdeling, toen nog "Cambio" geheten. Deze begon op de beurs zijn collega's van de andere banken te bewerken en zo werd eindelijk het besluit genomen, de oudejaarsdag als zaterdag te beschouwen en te zorgen, dat ieder tijdig thuis kon zijn en te voorkomen, dat moeder de vrouw met koud wordende oliebollen bleef zitten. 

Aan de controleurs - die niet altijd met vreugde worden begroet - is het dus te danken, dat de waardebeheerders en hun medewerkers een gezellige avond kunnen hebben. 

1)  Naschrift van de Redactie.

De "effectenmensen" uit de Redactie weten zich, in tegenstelling tot hetgeen hierboven over de vrije zaterdagen op de Effectenafdeling is gezegd, met stelligheid te herinneren, dat een dergelijk evenement hun hoogstens één maal in de drie weken is ten deel gevallen gedurende de drie zomermaanden, dat de effectenbeurs op zaterdag gesloten was. Daar stond het onbetaalde overwerk tegenover, dat van de effectenmensen werd gevraagd wanneer het op de beurs druk was en dat de schaarse vrije zaterdagen meestal meer dan compenseerde. 

 


© 2007  Dé Wintersteijn, Assendelft

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn