Het onderstaande artikel is geschreven door M.C. Wintersteijn en verschenen in het mei nummer van 1958  van "Bank Noten", het personeelsorgaan van de Twentsche Bank.


 

 

 Wat in veertig jaar veranderde.

Een goede veertig jaar geleden was de administratie van een bank een warwinkel van boeken en allerlei met de pen ingeschreven stukken. 

Wanneer men dat met de tegenwoordige administratie vergelijkt, zal men weinig meer van het oude terugvinden. Wanneer iemand 40 jaar geleden de bank zou hebben verlaten en daar nu plotseling weer in zou worden teruggeplaatst - bijv. na een slaap als Doornroosje - zou hij totaal de weg kwijt zijn.

In het verleden werden alle brieven en nota's geschreven met kopieerinkt en daarna met de kopieerpers behandeld, hetzij met weinig of met in het geheel geen succes, want mooi was het niet. Nu alles geschreven met schrijfmachine of zelfs met ponskaartmachine en vermenigvuldigd met carbon, dikwijls reeds van te voren door de drukker in de formulieren gehecht.

In de incassoafdeling kwamen de afrekeningen van de correspondenten binnen en dan moest elke afrekening worden verdeeld over een groot aantal cliëntennota's, waarop zo in de loop van de dag alle posten verschenen, dikwijls door verschillende employés op eenzelfde nota geschreven. Nu het genormaliseerde systeem met alleen maar slips te sorteren en te totaliseren. Toen een incassoloon steeds anders naarmate de betaalplaats in een of andere groep viel en waarbij ook nog met plaatsverlies moest worden gerekend, nu één tarief voor alle wissels gelijk.

Giro bestond nog slechts in eenvoudige vorm en liep op de wijze van cheques, dat wil zeggen dat de uitschrijver van een giro-opdracht deze niet aan zijn bank maar aan zijn crediteur zond, die op zijn beurt het stuk aan zijn bank deed toekomen. Nu bankgiro, waarbij de cliënt zoveel mogelijk zelf de formulieren invult, zodat de bank slechts heeft te sorteren en te totaliseren. 

De dagelijkse mutaties werden geschreven in journalen, voor elke afdeling tenminste een. Daarna werden de posten uit de journalen overgenomen in de grootboeken. Dat wil zeggen wanneer men de dagelijkse methode toepaste. Maar wanneer men de maandelijkse methode had waren de journalen tabellarisch, opengeslagen soms één meter breed, en werden dagelijks alleen de posten op de persoonlijke rekeningen over genomen. Daarnaast werden de posten ge schreven in een prima-notaboek, direct van de opdrachten van de cliënten of van de nota's. Maandelijks werden saldo-staten uit beide administraties opgezet en dan maar zoeken jongens, naar de verschillen, welke als regel voorkwamen.

Uit de grootboeken werden afschriften gemaakt, ook weer met pen en inkt, welke afschriften driemaandelijks aan de cliënten werden toegezonden. En tenslotte werd voor elke rekening een staffel geschreven, gewoonlijk door twee employés onafhankelijk van elkaar elk één. En alle tellingen uit het hoofd maken!

En nu? (1958) Alle journalen vervallen en vervangen door een eenvoudige telstrook, met een machine opgezet. Alleen enkele voorraadboeken en aan- en verkoopboeken bestaan nog. 

Grootboeken zijn vervangen door kaarten, bijgewerkt met een snelle machine, welke tevens dagelijks de saldi der rekeningen aangeeft en de totalen voor het collectieve grootboek automatisch verzamelt. De primanotaboeken zijn vervangen door dagafschriften, eveneens gemaakt met eenvoudige doch snelle machines. Doordat dagelijks wordt gesaldeerd praktisch geen niet sluitende kwartaalstaten meer. Want dat maandelijks te constateren is helemaal niet meer nodig. Geen driemaandelijkse afschriften meer te maken, de dagafschriften hebben dat opgelost. Rentestaffels zoveel mogelijk voorkomen door vergoeding over het laagste saldo of eventueel - als er een staffel moet zijn - wordt deze weer met een snelle machine gemaakt. 

Vroeger alle stukken verzonden in couverten welke dagelijks met de hand moesten worden geschreven. Nu worden met een adresseermachine de dagafschriften geadresseerd en met een venstercouvert en het dagafschrift als adres worden praktisch alle stukken zonder verdere adressering verzonden. 

Voor de effectenadministratie waren er onmogelijk smerige kaarten, of vaste boeken, waar de saldi na alle mutaties moesten blijken uit vele doorhalingen en bijschrijvingen. Aan de toenmaals geldige wet: "zonder witte vakken, tussenregels en kanttekeningen" werd in geen enkel opzicht voldaan. Nu - voorzover de administratie naar Amsterdam is overgebracht - de gehele administratie op ponskaarten, welke dagelijks de nieuwe saldi geven. En voorzover er nog geen ponskaarten zijn voor de effectenrekeningen, dagelijks gesaldeerde overzichtelijke kaarten.

Vroeger was het uitschrijven van de saldo-opgaven voor de effectendepots een hopeloos werk. Begonnen in het laatste kwartaal om maar tijdig gereed te zijn, doch daarna telkens een opgave overgetypt wanneer een effect werd gelicht en beëindigd na veel overwerk. Nu met de ponskaarten in enkele dagen alle saldo-opgaven vervaardigd. 

Bewaarloon en berekeningen voor de aangifte voor de vermogensbelasting toen een omslachtige bezigheid. Nu machinaal met de ponskaarten alles in korte tijd berekend en zodanig geschreven, dat men de overzichten aan ieder kan ter hand stellen met het trotse gevoel dat het er keurig uitziet. 

Couponnota's vroeger opgezet als incassoafrekeningen, van elke kniplijst overnemende wat voor een bepaalde cliënt nodig was. Nu met de elektronische machine met behulp van de ponskaarten in korte tijd, soms duizend nota's per uur, geschreven, geadresseerd en volledig uitgerekend op een formulier, dat elke kritiek kan doorstaan. Aan het hoofdkantoor worden de coupons geknipt met een snijmachine, welke een hele stapel in één klap verwerkt, en worden ze geteld met een telapparaat, dat tevens de coupons van een merkteken voorziet in een onbegrijpelijk snel tempo. 

Vroeger bij stortingen eerst een kwitantie uitgeschreven, deze geboekt in een stortingen-controleboek en dan maar op zoek naar twee procuratiehouders, die bereid waren de kwitantie te tekenen en in het boek te paraferen. Nu àf het boek vervangen door kwitanties in duplo, maat aan grotere kantoren alles vervangen door een kwiteringsmachine, welke tegelijkertijd de kwijting geeft en de controlenotities maakt, alleen voor de controleur toegankelijk. 

Het tellen van bankbiljetten gaat eveneens machinaal terwijl ook voor het tellen van muntstukken machines worden gebruikt, welke tevens de nodige aantallen voor rolletjes afpassen en opstapelen.

Verrekeningen tussen de andere banken ter plaatse vroeger door heen en weergeloop over en weer. Nu alles per clearing in één enkele post vereffend. Allerlei kosten tussen de kantoren onderling vroeger per post berekend, nu eenmaal per kwartaal over de bedragen of aantallen van de omzetten en tevens alle onderlinge valuteringen op de rekeningen afgeschaft. 

Het aantal schrijf-, tel-, reken-, boekhoud- en adresseermachines bij onze instelling in gebruik is geweldig. Het onderhoud vraagt voortdurend zorg, zodat te Amsterdam en enkele andere kantoren daarvoor een eigen onderhoudsdienst in het leven werd geroepen. 

Wanneer men dit alles overdenkt en zich afvraagt wat een hoeveelheid arbeid het zou kosten om alles wat nu de bank passeert op de ouderwetse wijze te kunnen verwerken, moet men toch wel eerbied hebben voor de vooruitgang van de techniek in de laatste 40 jaar.

 W. 


© 2007  Dé Wintersteijn, Assendelft

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn