Afscheidsartikel van de redactie in Banknoten van maart 1958.


 

 

AFSCHEID VAN "W"

Als dit nummer van Banknoten verschijnt, zal de heer Wintersteijn zijn dagelijkse gang naar de bank geschrapt hebben uit de organisatie van zijn actieve leven. En het zal ons Twentsche Bankers dan vreemd te moede zijn, want her tafereel van onze omgeving zal een figuur missen die in hoge mate het karakter en de kleur van dat tafereel mede bepaalde. Lange jaren een centrale positie in ons concern bekledend, heeft de heer Wintersteijn het stempel van zijn krachtige persoonlijkheid in volle duidelijkheid op de organisatie en administratie van ons aller werk gedrukt. Als wij hem een typische Twentsche Bank-figuur noemen, dan vragen wij ons meteen af, of dit nu komt doordat hij zo goed in ons specifiek milieu paste, dan wel of dit milieu zozeer juist door hem werd bepaald. 

Tot diegenen op de bank die de aanwezigheid van de heer Wintersteijn het meest zullen missen, behoort zeker de redactie van Banknoten. Wij begonnen in maart 1947; in juli van hetzelfde jaar kwam de eerste bijdrage van zijn hand binnen. En het duurde niet lang of de stroom van die bijdragen zwol aan, en stelde ons in staat, praktisch in elk nummer een W.-artikel te plaatsen; niet zelden waren het er twee, en dan bleef er meestal nog wel iets in portefeuille achter als reserve voor de komkommertijd. Over alle mogelijke onderwerpen gingen die bijdragen: organisatie, administratie, controle,mechanisatie, maar ook over vakantiegenoegens, bloementeelt, tunnelbouw, boekdrukkunst, en wat al meer. Wij hebben ze niet geteld, maar het moeten er ver over de honderd geweest zijn. Soms, als de redactievergadering ten einde liep en alle bijdragen van de meest actuele aard hun plaatsje gevonden hadden, kwam de vraag: "en het Wintersteijntje?" Dat moest erin, want de portefeuille mocht niet teveel aangroeien, en stel je voor dat W. de indruk zou krijgen dat we het ook wel zonder hem konden stellen!

Dit wat de hoeveelheid betreft; onze lezers weten zelf hoe het met de kwaliteit stond, en zullen gemerkt hebben dat dikwijls dank zij de W.-artikelen Banknoten nog het karakter van een banktijdschrift behield. 

Wat zij niet kunnen weten, is dat de heer W. in menig opzicht een ideale medewerker was. Niet alleen wat zijn bereidwilligheid, telkens opnieuw, betreft, maar nog meer om de manier waarop de artikelen ons in de schoot geworpen werden. Ten eerste met een soms onbegrijpelijke snelheid; meer dan eens kwam de heer Wintersteijn ons 's middags een artikel brengen waarom we 's ochtends gevraagd hadden. Ten tweede met een daaraan evenredige soepelheid als wij ooit een tekstwijziging voorstelden - wat natuurlijk niet dikwijls voorkwam maar dan steevast het meest royale begrip ontmoette. En ten derde: er is een tijd geweest dat we het besluit om een bijdrage van W., die ons om welke reden ook ongeschikt leek, te retourneren, met een angstig hart namen; Stel je voor dat hij, gepikeerd, er het bijltje voorgoed bij neer zou leggen. Maar daar zijn wij al lang overheen, want als de heer Wintersteijn zich ooit beledigd heeft gevoeld, dan heeft hij dit meesterlijk verborgen onder een stroom van nieuwe bijdragen. 

En nu staat alles wat wij hierboven schreven in de verleden tijd; maar zal dat niet een nieuwe vergissing onzerzijds blijken? 

Zal "uit het oog" hier werkelijk "uit het hart" betekenen? Wij hopen van niet; al begrijpen wij dat de heer Wintersteijn, in zijn gepensioneerde staat, het de eerste tijd extra druk zal hebben met zich in te werken in nieuwe taken. Als wij hem dus nu, bij zijn afscheid van ons bankgebouw, danken voor het vele dat hij Banknoten geschonken heeft en niet minder voor de innemende wijze waarop hij schonk, dan willen wij daarbij tevens de hoop uitspreken dat hij nog een actieve belangstelling voor ons blad zal blijven koesteren, en dat die belangstelling moge kristalliseren in bijdragen, kleine of grote, over - nu ja, over die onderwerpen waarmee W. zich van nu af zal gaan bezighouden. Dat het er nog vele mogen zijn! 

DE COMMISSIE VAN REDACTIE 

 


© 2007  Dé Wintersteijn, Assendelft

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn