Het onderstaande artikel is geschreven door M.C. Wintersteijn en is verschenen in het nummer van mei 1959 van “Bank Noten”, het personeelsorgaan van de Twentsche Bank.


 

Streekverhalen

Wie zo eens buiten de steden zijn oor te luisteren legt zal ervaren, dat er een grote verscheidenheid aan oude verhalen in omloop is. Verhalen, welke lang van mond tot mond zijn gegaan en ondertussen veranderd en verfraaid. Verhalen, waarvan men gewoonlijk de achtergrond niet meer kent. Verhalen, welke soms geen eigenlijke inhoud hebben, soms een moraliserende. Sommige verhalen gaan zelfs terug tot de heidense tijd, de tijd, waaruit ook veel gebruiken zijn overgebleven, zij het dan dat ze zijn gekerstend. 

Een verhaal dat lang de ronde heeft gedaan is het volgende: 

Toen in 1799 de Engelsen en Russen in Bergen in Noordholland landden trok een gedeelte op in de richting Uitgeest. Daar, waar in de weg naar Limmen en Akersloot een brug ligt stelden zich Bataafse en Franse troepen op om dit punt te verdedigen. Zij zaagden de balken van de brug door, doch niet zo ver, dat deze instortte. Toen de gelande troepen probeerden de brug te nemen, nam deze in de val een aantal krijgers mee naar de diepte, vandaar, dat sedertdien de brug de Valbrug werd genoemd. Na een hevige strijd werden de landingstroepen teruggeslagen. De gesneuvelden en hun dode paarden werden begraven in een weiland naast de brug. De zielen van de gesneuvelden bleven deze begraafplaats, kenbaar aan een verhoging, bewaken en duldden niet dat deze begraafplaats werd geschonden. Zo kon het gebeuren, dat een boer, die ergens anders in zijn weiland aarde nodig had een wagen vulde met aarde uit de verhoging. Daarna reed hij de wagen naar de plaats waar de aarde moest zijn. Het was ondertussen echter "melkenstijd" geworden, zodat hij de wagen liet staan om de volgende morgen te lossen.

Wie schetst zijn verbazing, toen hij de volgende morgen ontdekte, dat de wagen met aarde uit zichzelf weer was teruggereden naar de grafheuvel en daar wachtte om te worden geledigd! Nooit heeft de boer weer durven proberen de hoogte af te graven en ook zij, die na hem kwamen, lieten dat wel uit hun hoofd!

Tot in 1958 werkelijk werd overgegaan tot het afgraven van de hoogte. Wat ontdekte men toen? Dat er inderdaad beenderen werden gevonden maar alleen van mensen en geen wapens zodat men wel ging twijfelen aan de juistheid van het verhaal. Een onderzoek wees uit, dat hier omstreeks 1000 à 1100 een gebouwtje, waarschijnlijk een kapel, heeft gestaan, waarin en waarom mensen van het Westfriese type zijn begraven. De kapel stond op een hoogte, zoals er in die tijd achter de schoorwal langs de Noordzee zoveel waren geweest. De kans is groot, dat de kapel gebouwd is op een plaats waar vroeger reeds een andere optrek heeft gestaan.

Nadat de kapel was verdwenen hebben de gebeenten later een zekere vrees ingeboezemd. Men heeft naar een verklaring gezocht voor de aanwezigheid, omdat de oorsprong reeds lang was vergeten. Zo werd later de inval van Engelsen en Russen te hulp geroepen en kwam het mooie verhaal tot stand. Een verhaal, dat toch werkelijk lang werd geloofd, gezien het feit, dat gedurende 900 jaar de terp onaangeroerd bleef, al was deze in het weiland toch wel erg lastig.

*        *

*

Het bovenstaande verhaal is maar een eenvoudig verhaal. Er lopen veel aardiger en belangwekkender vertellingen. Verscheidene schrijvers hebben deze verzameld. Doch dat zijn ze lang niet alle!

Is dit nu niet iets voor hen die werkzaam zijn aan een kantoor in een streek, waar de verhalen nog leven, om ons in Banknoten daar iets van te vertellen? 

 W.


© 2007  Dé Wintersteijn, Assendelft

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn