Successie HL Wintersteijn

Memorie van Aangifte der nalatenschap van Mejuffrouw Hendrika Louisa Wintersteijn, 8-12-1890

Memorie van aangifte voor het recht van successie en overgang, betrekkelijk de nalatenschap van mejuffrouw Hendrika Louisa Wintersteijn, eerder weduwe van den Heer Jacob van der Horst, later weduwe van den Heer Willem Fiddelaar, overleden te Haarlem

Wij ondergetekenden:

1.     Jan Willem van der Horst, onderhaven meester aan het Oosterdok Amsterdam

2.     Johannes Augustus van der Horst, broodbakker te Amsterdam

3.     Wilhelmina Blankert, weduwe van Matthijs Cornelis van der Horst, zonder beroep te Haarlem en in hoedanigheid als moeder en wettelijk voogdes over Wilhelmina van der Horst

4.     Elisabeth van der Horst, echtgenoot van en bijgestaan door Jan Willen van der Laan, tabakshandelaar, beide wonende te Amsterdam

5.     Maria Antoinette van der Horst, zonder beroep wonende te Haarlem

Ten deze domicilie kiezende ten kantore van den Notaris C.A. Joekes te Haarlem.

Verklaren:

Dat op den 8 December 1890 te Haarlem, hare laatste woonplaats is overleden Mejuffrouw Hendrika Louisa Wintersteijn, eerder weduwe van den Heer Jacob van der Horst, later weduwe van den Heer Willem Fiddelaar.

Dat zij tot hare erfganamen ingevolge de wet heeft nagelaten hare kinderen, de aangevers onder 1. 2. 4. en 5. genoemd, en den onder 3. genoemde minderjarige Wilhelmina van der Horst bij plaatsvervulling van haren vader Matthijs Cornelis van der Horst, die den zoon der erflaatster was.

Dat zij bij haar testament den 21 November 1881 ten overstaan van Notaris Willem Hoogvliet te Haarlem verleden, heeft gelegateerd aan Hendrik Lodewijk van der Horst (niet verwant) de som van ƒ 50,--

Dat voor de erflatster is overleden hare dochter Adriana Geertruida van der Horst die bij haar testament den 20 Augustus 1878 ten overstaan van genoemde Notaris Hoogvliet verleden aan hare moeder heeft gemaakt het vruchtgebruik harer genoten nalatenschap en tot haren eenige erfgenaam heeft benoemd haar natuurlijke erkend kind Hendrik Lodewijk van der Horst

Dat de nalatenschap der erflaatster bestaat uit het navolgende:

Actief

Contanten bij het overlijden in kas           ƒ   74,50

Ontvangen van Regenten van het Gasthuishofje

St. Elisabeth Gasthuis restitutie gestort

voor begraveniskosten                         ƒ   36,--

Inboedel, Kleederen enz. geschat op           ƒ  103,50

Ontvangen uit de Warmoeziersbus               ƒ   99,--

Twee Obligaties Ruland spoorwegen 1867        ƒ  462,82

Een Obligatie Oostenrijk Zilver, Metalium     ƒ   47,06

Te zamen                                      ƒ  822,88 ½

Passief

Aan de navolgende voor leveranties betrekkelijk hun beroep in 1890 tot den dood:

C. Swaanswijk, horlogemaker                    ƒ    1,45

Franca Alendes en van der Elst, wijnhandelaars ƒ    5,20

Aan Schornagel, smid                           ƒ    1,--

Aan Dr. Prost voor geneeskundige hulp          ƒ   20,--

Aan het St. Elisabeth Gasthuis voor verpleging

Van 3 November tot den strefdag               ƒ   29,65

De begravenis kosten der erflaatster           ƒ  177,05

Te zamen:                                      ƒ  249,70

Recapitulatie

     Het actief bedraagt                       ƒ  822,88

     En het passief                            ƒ  249,70

     Zoodat de nalatenschap zuiver bedraagt:   ƒ  573,18 ½

 

De aangevers verklaren dat de overledene geene goederen als bezwaarde ergenaam of andere dan voormelde vruchtgebruik bezat en dat door haar overlijden geen periodieke uitkeering bij opvolging zijn overgegaan of vervallen.

En dat de goederen waarvan het vruchtgebruik werd genoten uitsluitend bestond uit eene inschrijving Grootboek vier percent Natioanale Schuld nominaal groot ƒ 400,-- staande ten name van Hendrika Louisa Wintersteijn eerder weduwe van Jan van der Horst laatst weduwe van Willem Fiddelaar te Haarlem als vruchtgebruikster levenslang van een Kapitaal uit de nalatenschap van Adriana Geertruida van der Horst, in eigendom

besproken aan den minderjarige Hendrik Lodewijk van der Horst, blijkens testament den 28 Augustus 1890 voor den Notaris Willem Hoogvliet te Haarlem geresideerd, waarvan de rente door de erflaatster was afgestaan aan de vereniging Mirjam te Amsterdam, blijkens acte 21 November 1881 voor Notaris Hoogvliet alhier verleden. En een gouden horloge met ketting.

Haarlem den 26? februari 1800 een en negentig.

J.W. van der Horst,             J.A. van der Horst, 

Wed. van der Horst Blankert,    E. van der Horst,

M.A. van der Horst.

_________________________________________________________________________________

© 2002  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn