ONA Uitgeest 003

Boedelverdeling ten gunste van Dirk Meeland Wintersteijn, 14-4-1889.

    Extract der Akte van scheiding en verdeling strekkende tot Bewijs van Eigendom van:

Een huis, schuur, stal, tuin en erf, staande en gelegen te Uitgeest, aan en bij de Schevelstraat kadaster sectie B. no. 815 en no. 816

Voor Dirk Meeland Wintersteijn, broodbakker te Uitgeest.

In dato den 14 april 1889.

Notaris B. Wieland Los, Uitgeest.

Op zondag den veertienden April achttienhonderd negen en tachtig, zijn voor mij Barendinus Wieland Los, notaris residerende te Uitgeest, verschenen:

1. De heer Matthijs Cornelis Wintersteijn, broodbakker wonende te Uitgeest, A: krachtens de algeheele gemeenschap van goederen, waarin hij volgens de tegenwoordige wet is gehuwd geweest met mejuffrouw Rene Susanna Langeveld, gewoond hebbende te Uitgeest, en aldaar overleden den vier en twintigsten November achttien honderd tachtig, B: als erfgenaam van het beschikbaar of een vierde gedeelte der nalatenschap zijner genoemde Echtgenoote, daartoe door haar benoemd krachtens haren uitersten wil verleden bij acte den zestiende Juni achttienhonderd zeven en veertig voor den te Uitgeest geresideerd hebbenden Notaris Cornelis Breedt Bruijn welke acte is geregistreerd te Alkmaar den dertigsten December achttienhonderd tachtig en C: als erfgenaam, krachtens de wet van een vierde gedeelte der nalatenschap van zijn zoon Matthijs Cornelis Wintersteijn, op zeventienjarigen leeftijd overleden te Uitgeest, den twintigste Februari achttien honderd een en tachtig.

2. De Heer Johannes Augustus Wintersteijn, broodbakker wonende te Heemstede.

3. Mejuffrouw Bregje Wintersteijn, zonder beroep of maatschappelijke betrekking wonende te Uitgeest.

4. De Heer Dirk Meeland Wintersteijn, broodbakker wonende alhier, en

5. De Heer Jan Brasser, warmoezier wonende te Alkmaar, als in geheele gemeenschap van goederen volge ns de tegenwoordige wet gehuwd met Mejuffrouw Jansje Wintersteijn zonder beroep of maatschappelijke betrekking

Welke Johannes Augustus -, Bregje -, Dirk Meeland -, Jansje -, en wijlen Matthijs Cornelis Wintersteijn zijn of waren erfgenamen van het onbeschikbaar gedeelte of ieder van drie twintigste gedeelten, krachtens de wet der nalatenschap hunner moeder Mejuffrouw Rene Susanna Langeveld, als hare eenige nagelaten kinderen, welke zijn geboren uit haar gemeld huwelijk, terwijl genoemde Johannes Augustus -, Bregje -, Dirk Meeland -, en Jansje Wintersteijn, zijn erfgenamen krachtens de wet, ieder voor drie zestienden gedeelten der nalatenschap van genoemde Matthijs Cornelis Wintersteijn als zijne eenige nagelaten broeders en zusters, wiens nalatenschap uit, niets anders bestaat dan in zijne gemelde Erfportie in de nalatenschap zijner moeder en een schuld wegens geneeskundige hulp en geleverde geneesmiddelen, alles volgens verklaring van partijen.

En verklaarden de comparanten bij deze acte op heden te willen overgaan tot de scheiding en verdeeling der algeheele gemeenschap van goederen van genoemde heer Matthijs Cornelis Wintersteijn en mejuffrouw Rene Susanna Langeveld, welker nalatenschap de helft dezer gemeenschap uitmaakt, alsmede tot de verdeling der nalatenschap van genoemden Matthijs Cornelis Wintersteijn en daartoe verder vooraf het noodige licht te geven op de volgende wijze:

1. Dat van gemelde gemeenschap is opgemaakt eene behoorlijke beschrijving blijkens acte verleden voor den te Uitgeest geresideerd hebbende notaris Jacob van Leeuwen Albertuszoon den tienden Februari achttien honderd een en tachtig, waarbij de lichamelijke roerende goederen zijn gewaardeerd, welke beschrijving bij deze acte zooveel mogelijk zal worden gevolgd;

2. Dat zullen worden toebedeeld: het onroerend goed voor zoodanigen som als waarop hetzelve door partijen met onderling goedvinden is gewaardeerd;

Van welke voorlichting partijen alsnu verklaarden bij deze te formeren den staat en massa der gemeenschap van goederen van de erflaatster en haaren echtgenoot met opgave van de daarbij behoorende schulden en kosten, te weten:

Acties

Artikel 1.

Een huis, schuur, stalling, tuin en erf, staande en gelegen te Uitgeest aan- en bij de Schevelstraat, kadastraal bekend sectie B onder nummers 815 als huis en erf groot vijf aren dertig centiaren en 816 als tuin groot negen aren zeventig centiaren, aldus tezamen groot vijftien aren door de comparanten met onderling goedvinden gewaardeerd op vier duizend vijfhonderd gulden 4500,--

Na welke opmaking en berekening partijen alsnu verklaarden te zullen overgaan tot de scheiding en verdeeling op de volgende wijze:

4. Aan den comparant Dirk Meeland Wintersteijn worden bij deze toebedeeld:

1. Het onroerend goed, hiervoren in den staat onder art.l vermeld voor vijf en veertig honderd gulden 4500,--

Waarmede partijen verklaarden voormelde huwelijksgemeenschap met inbegrip van gemelde nalatenschappen tot hun volkomen genoegen te hebben gescheiden en verdeeld, zonder daarvan iets in het gemeen of onverdeeldheid te hebben gehouden; al het toebedeelde voor zooveel ieder hunner betreft, te hebben ontvangen en in bezit genomen, en te begeeren dat een uittreksel dezer acte zal worden overgeschreven ten kantore der hijpotheken te Haarlem voor zooveel het toebedeeld onroerend goed betreft, welk onroerend goed den comparant Matthijs Cornelis Wintersteijn in eigendom is aangekomen door de overschrijving ten gemelden hijpotheekkantore op den elfden Mei achttien honderd zes en veertig in deel 70 onder nummer 49 van den inhoud eener acte van verkoop en koop, verleden den eerste Mei bevorens, voor den destijds te Uitgeest residerenden notaris Cornelis Breedt Bruijn.

Aldus verleden voor mij notaris te Uitgeest ten woonhuize van den comparant Matthijs Cornelis Wintersteijn, ten dage als in het hoofd dezer acte is gemeld, in tegenwoordigheid van Arie Starreveld, brievengaarder en Hendrik Jan de Boer, smid beiden wonende te Uitgeest, als getuigen.

En hebben de partijen en getuigen, die allen aam mij noaris bekend zijn, onmiddellijk na voorlezing deze acte met mij notaris ondertekend.

M.C. Wintersteijn, A. Starreveld,

J.A. Wintersteijn, H.J. de Boer,

B. Wintersteijn, B. Wieland Los,

D.M. Wintersteijn, notaris.

J. Brasser, 

 

Geregistreerd te Zaandam den vijftienden April 1800 negen en tachtig, 

deel 99 folio 74 recto vak 2. Vijf bladen geen renvooi. 

Ontvangen voor recht negen gulden negentig cent 9,90 

De ontvanger (w.g.) Mensing. 

 

Uitgegeven voor woordelijk gelijkluidend Uittreksel.

Dagregister deel 49, nummer 680 of 480?

overgeschreven ten kantore van hypotheken te Haarlem

den 22 april 1889 deel 548 nummer 38

 

Bron:

Dit uittreksel is in bezit van Wilhelmina Bach-Wintersteijn, 1999

_________________________________________________________________________________

2002  D Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: D Wintersteijn