ONA Uitgeest 001

Aankoop rogge- en wittebroodbakkerij door Matthijs Cornelis Wintersteijn, op 1 mei 1846 te Uitgeest.

N. 24

    Op heden den eersten mei des jaars achttienhonderd zes en veertig

    Compareerde voor Cornelis Breedt Bruijn notaris residerende te Uitgeest, arrondissement Haarlem, provincie Noordholland en in tegenwoordigheid der beide na te noemen getuigen

    De heer Thomas Vermeer, bevorens broodbakker, doch thans zonder beroep te Uitgeest woonachtig

    Dewelke verklaarde onder belofte van vrijwaring als naar regten te hebben verkocht en als nu bij deze in eigendom af te staan en over te dragen aan en ten behoeve van den heer Matthijs Cornelis Wintersteijn, broodbakker, wonende insgelijks te Uitgeest, welke ten deze mede comparerende, verklaarde in koop te accepteren

    “Nummer een ~  een huis, geapproprieerd tot eene rogge en wittebroodbakkerij, pakhuis, stalling, varkensboet en erve, alles staande en gelegen aan de Schevelstraat te Uitgeest, kadestraal in sectie B voorkomende als nummero 158 huis en erf, ter grootte van vier roeden en zeventig ellen

    Nummero twee ~ Een perceel tuingrond, gelegen benoorden het vorige perceel te Uitgeest, zijnde groot tien roeden en dertig ellen en het westelijk gedeelte uitmakende van het perceel tuingrond kadestraal in sectie B voorkpmende als nummero 159, ter geheele grootte van twintig roeden en dertig ellen ”

    Welke onroerende goederen aan den verkooper zijn toegescheiden en aanbedeeld geworden bij de scheiding en verdeeling, zoo der gemeenschap van goederen, weleer bestaan hebbende tusschen deszelfs ouders, de heer Gerrit Vermeer, zonder beroep wonende te Uitgeest en wijlen Maria Schoehuis als der afzonderlijke nalatenschap van laatstgenoemde, ingevolge acte deswegens den negen en twintigste januarij des jaars achttienhonderd zes en veertig voor den ondergeteekende notaris in tegenwoordigheid van getuigen te Uitgeest gepasseerd, behoorlijk geregistreerd en den negenden februarij daaraanvolgende ten kantore der hijpotheken te Haarlem, in deel zeven en zestig, onder numero negen en veertig overgeschreven.

    En is deze verkoop en overdragt aangegaan en geschied op en onder de navolgende voorwaarden

    Eerstelijk ~ dat de kooper, welke de hiervoren omschreven goederen, op heden in gebruik heeft aanvaard, de daarvan geheven wordende rijks, plaatselijke en andere belastingen hoe ook genaamd, ook van heden af zal moeten dragen en betalen

    Ten tweede ~ dat hij de erfdienstbaarheden, welke op de gemelde goederen mogten zijn gevestigd, zal moeten gedogen, doch daartegen dezulken welke welgemelde goederen ten laste van naburige erven mogten zijn bezittende, ten zijne behoeve zal kunnen genieten en doen gelden.

    Ten derden ~ dat de regten en kosten zoo dezer acte, als die der levering, geheel en alleen door hem kooper gedragen en betaald zullen moeten worden

    Voorts heeft deze verkoop en overdragt plaats gehad voor eene Somme van drie duizend gulden, welke de verkooper erkende naar deszelfs volkomen genoegen van den kooper bereids te hebben ontvangen en voor welke voldoening eerstgenoemde verklaarde, laatstgemelde bij deze finaal en zonder eenige de minste reserve te kwiteren en dechargeren.

    Voor de executie dezer acte verklaarden partijen domicilie te kiezen, ieder ten zijnen respectiven woonhuize.

    Waarvan acten Gedaan en gepasseerd te Uitgeest ten kantore van den ondergetekenden Notaris.

    In tegenwoordigheid der ten deze verzochte, bevoegde en in deszelve gemeente wonende getuigen Jan Maas, van beroep schoenmaker en Hendrik Kuenen van beroep wagenmaker

    En hebben partijen en de getuigen, allen aan den ondergeteekenden notaris bekend, met laatstgenoemde na gedane voorlezing, deze minuut getekend. 

Th. Vermeer

M.C. Wintersteijn

J. Maas

H. Kuenen

C. Breedt Bruijn, Notaris

    Geregistreerd een een tweede blad zonder renvooyen te Zaandam den vierden Mei 1800 zes en veertig Deel drie en veertig folio zes en veertig verzo vak acht en volgende, ontvangen 120 guldens voor regt uitmakende met acht en dertig opcenten honderd vijf en zestig gulden zestig cent.

De Ontvanger

v. Berkel 

 

Bron:

Archiefdienst Kennemerland te Haarlem

ONA  C. Breedt Bruijn 1846

_________________________________________________________________________________

© 2002  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn