ONA Krommenie 020

Testament van Jan Janse Bakker ten gunste van de dochter van zijn broer Cornelis Janse Bakker, genaamd Trijntje Cornelis, (12-5-1736)

 

Testament

De comparant verclaert beneden de voogd gegoet te zijn.

    In den naeme Godes Amen, in den Jaere Christius geboorte duizend zevenhondert zes en dertig op den twaelfden dag den maent meij (12-5-1736), des avonts over negen uuren, compareerde, voor mij Jacob Beets openbaar notaris bij den Ed; hove van hollant geadmitteert tot Crommenie residerende, in Presentie van de getuijgen nagenoemt,

Blad 2

    Jan Janse Bakker, rollemeter alhier ons bekent, onpasselijk na de lighame te bedde leggende, dog egter sijn verstant en redenatie magtig zijnde, soo als uijterlijk bleek, dewelke in aen zien brenge? van de nabeijheijt den dood

    ende de        kene min van dien te na de           bijtijts vrijwilligh en de onbedwongen van zinnen                               van zijne tijdelijke goederen te disponeeren.

    Alvorens beveelende zijne onsterfelijke ziele in handen Gods zijner schepper en de zijn lighaam de aerde doen aen eerstelijke begraaffenis,

    daer op dan voortgaande veklaarde hij comparant indien hij ongetrouwt komt te overlijden, het eenig kint van zijn broeder zaliger Cornelis Janse Backer, genaemt Trijntje Cornelis, tans bij hem comparant wonende, te legateeren: soo veel van de gereede penningen op het overlijden van hem Comparant bevonden   xxx   men dan de als het gemelde kint na regten voor sijn aendeel sal kunnen genieten wel? verstaande de begrafenis kosten afgetrokken zijnde, als mede nu de na schulden of lasten die op den boedel sijn mogen

    Wijders willende dat die penningen gedurende de minderjarigheit van het kint zullende zijn en blijven ten weeskamer van aldaer worden bewaert

    Is nog begeerde bij comparant als het gemelde kint Trijntje Cornelis komt te sterven voor denzelven meerderjarigheit of huwelijken state, dat de penningen van hem testateur                    weder zullen moeten erven de                  hem testateur, om wel aan die gene die op het overlijden van Trijntje Cornelis volgens erfenisregt daartoe gewetigt zullen zijn,  

              De aftrek van de                       portie,

Blad 3.

    ende de van deze goederen die hij testateur zal nalaten, 

 

    wil hij testateur dat zullen worden geerft en genoten bij sijne erfgenamen volgens het erfregt met uijtsluijtinge van de gemelde Trijntje Cornelis

    het voorenstaende de testateur duijdelijk voorgelezen zijnde verklaarde hij het zelve te wesen sijne uijterste wille, begeerende derhalven dat het bestaen en kragt zal hebben het zij als testament codicil, of soo het anders leeft na regt en bestaen      kragt volkomen hebben.

    aldus gedaan en gepasseert te woonhuijs van de testateur in presentie van Jan Hekelaar en Jan Seijmonsz. Krook, buuren aldaer als getuijgen toe versogt.

 

Jan Jansze Bakker

Jan Hekelaar

Jan Seijmonsz Krook

 

Quod attestor,

J. Beets, Notaris.

 

Bron:

Archief Zaanstad, 

ONA Krommnie, 

fiche 3061  2+ (1736-1737)                                                     

________________________________________________________________________________

© 2002  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn