ONA Krommenie 019

Beschuldiging van wanbetaling aan Aijg Mulder, door Jan Bakker, schipper, 2-1-1751

 

Insinuatie                                    fol. 623

Art: 60

    Uijt den naem xxxx chrevenen Jan Bakker, schipper en Coopman tot Crommenie, hebbe ik Jacob Beets notaris te Crommenie, in presentie van de nagenoemde getuigen, mij vervoegt ter huijse ende aen den persoon van Aijg Mulder, schipper, mede alhier wonende ende aendezelfe gedaen de volgende insinuatie en protestatie,

    Den insinuant doet u geinsinueerde, insinueenen, om te betaelen en goedt te doen, alle costen en schaeden reets veroorsaekt, door dat gij geinsinueerde de ingeladen goederen van den insinuant niet hebt gebragt ten plaetse dare na toe, gij geinsinueerde als vragtschipper waert gedestineert maar alle Ravenuen voorbij gevaren na Zaandam, 

    verder doet den insinuant u geinsinueerde, insinueenen, om de ingeladen goederen die u nog in heeft, te brengen op de gedestinieerde plaetse en bij nalatigheijd of te xxxx van dien protesteert, hij insinuant, van alle costen, schaeden, en inkaessen, die daar door verder zullen komen te ontstaen, omme die op u geinsinueerde te doen verhaelen, als na regte,

    waerop copie hebben overgelevert, om tot antw. bekomen,

    dat hij dewijl  met zijn contracten vaert, daerop met haer nog moet  xxx  soo als hij aij backer reets heeft geseijt, en voort wil doen dat billijk is, dat dient tot relaes. 

    en is gepaseert in presentie van Sijmon Huijs en Johannes Beets als getuigen op 2 Jan. 1751

Sijmon Huijs,                               Quod attestor,

Johannes Beets,                           J. Beets, notaris

 

Bron: 

Archief Zaanstad, 

ONA Krommenie 

fiche 3065  3+  (1750-1751)

_________________________________________________________________________________

© 2002  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn